Naar de inhoud
watzegtderechter.nl

Ze tekenden de eindafrekening in het café. Daarna wilde de opdrachtgever niet betalen

In het café waar ze elkaar vaak troffen, zetten een aannemer en zijn opdrachtgever hun handtekening onder een bedrag van € 55.960. Een paar maanden later vond de opdrachtgever dat hij niets meer schuldig was. Telt die handtekening?

Door Redactie WatZegtDeRechter Gepubliceerd 3 min lezen

Het werd beklonken met een biertje.r.o. 4.11

Op 19 april 2024 zaten een aannemer en zijn opdrachtgever samen in het café waar ze elkaar regelmatig troffen. Ze waren goede vrienden. Samen liepen ze een document door met alle kostenposten van een verbouwing.r.o. 3.1r.o. 4.11

Onderaan stond een bedrag: € 55.960. Allebei tekenden ze. Een paar maanden later stonden ze tegenover elkaar bij de rechter.r.o. 3.4r.o. 3.7

Een factuur voor de bank

De opdrachtgever had een woning gekocht. Zijn vriend, die een aannemersbedrijf heeft, zou die verbouwen. In oktober 2023 begon het werk.r.o. 3.1

Op 17 oktober 2023 kwam de afspraak op papier, in de vorm van een factuur: € 39.930 voor het werk. De bouwmaterialen zou de opdrachtgever zelf betalen. In de praktijk schoot de aannemer een deel daarvan voor.r.o. 3.2

Veel aandacht ging er niet naar die factuur, zo bleek op de zitting: ze waren immers vrienden. Het papier was speciaal bedoeld voor de bank, die op basis daarvan geld uit het bouwdepot vrijgaf.r.o. 3.3

"Dan is alles afgehandeld?"

Toen kwam de 'Eindafrekening'. Daarin stond dat de opdrachtgever nog € 55.960 verschuldigd was, met 6% rente per kalendermaand vanaf 4 mei 2024 als betaling uitbleef. En onder punt 5: na volledige betaling verlenen ze elkaar over en weer finale kwijting.r.o. 3.4r.o. 4.13

De barman van het café was erbij. Hij schreef later op wat hij die avond hoorde. Op een gegeven moment zei de opdrachtgever:r.o. 4.11

“Dus dit is dan het bedrag dat ik jou nog moet betalen en dan is alles afgehandeld?” Uit de uitspraak r.o. 4.11

De aannemer bevestigde dat, ze tekenden en bestelden een biertje. Volgens de barman zaten ze daarna nog een tijdje te kletsen, drinken en lachen. De opdrachtgever riep meermaals dat hij zo blij was met zijn nieuwe huis en het werk van de aannemer aan iedereen kon aanbevelen.r.o. 4.11

Aanmaningen en dan een lijst met gebreken

Maar er werd niet betaald. De aannemer stuurde op 15 mei en op 2 juli 2024 een aanmaning. Er gebeurde niets. Op 5 juni 2024 stuurde de opdrachtgever wel iets: een zelf opgesteld overzicht van gebreken aan de verbouwing.r.o. 3.6r.o. 4.14

Volgens hem was het werk nog steeds niet af en was hij achtergelaten met "één groot gebrekkig huis", terwijl het rond kerst 2023 klaar had moeten zijn. Hij vroeg de rechter de overeenkomst te ontbinden en eiste € 118.643,68 schadevergoeding. Bovendien had hij al € 67.930 betaald, meer dan afgesproken, zei hij. De eindafrekening was volgens hem alleen een bevestiging van wat hij al had betaald.r.o. 3.5r.o. 3.7r.o. 4.3

De rechter was niet overtuigd. Met zijn eigen overzichten en bankafschriften van opgenomen bedragen toonde de opdrachtgever op geen enkele manier aan of, hoeveel en waarvoor hij de aannemer had betaald. Alle bedragen dateerden ook van vóór 19 april 2024. Het vond de rechter niet logisch dat iemand die te veel zou hebben betaald daarna tekent dat hij nog € 55.960 schuldig is.r.o. 4.4

Dat hij nog op bonnen en facturen wachtte, hielp ook niet: in de eindafrekening staat nergens dat die eerst moesten komen. En dat hij zich onder druk gezet voelde of zich vergiste, was te weinig onderbouwd. De verklaring van de barman wees volgens de rechter eerder op een overeenkomst die in goed overleg tot stand kwam.r.o. 4.6r.o. 4.10r.o. 4.11

Van elkaar af

Doorslaggevend was die ene zin over finale kwijting. Op de zitting vroeg de rechter beide mannen wat ze daarmee bedoelden. Allebei zeiden ze: na betaling zijn we van elkaar af en hebben we niets meer van elkaar te vorderen.r.o. 4.13

Daar hielden ze zich dan ook aan te houden, oordeelde de rechter. De gestelde gebreken konden daardoor niet meer tegen de aannemer worden gebruikt, ook niet voor ontbinding of schadevergoeding. Of het werk goed was, beoordeelde de rechter dus niet.r.o. 4.13r.o. 4.14r.o. 4.19

Wel vond de rechter het opmerkelijk dat de klachten pas op 5 juni 2024 kwamen, na de eerste aanmaning, terwijl de opdrachtgever al sinds maart 2024 in het huis woonde. Een appje of mail was eenvoudig geweest, aldus de rechter.r.o. 4.14

Op dat punt kreeg de aannemer geen gelijk. Volgens hem had de opdrachtgever die 6% zelf voorgesteld, omdat hij toch wel op tijd zou betalen; de opdrachtgever ontkende dat. Het maakte niet uit: hij is consument en een maandrente van 6% gaat te ver. Het werd de gewone wettelijke rente. Ook de incassokosten gingen omlaag naar het wettelijke tarief.r.o. 4.16r.o. 4.17

Zo liep het af
  • De opdrachtgever moet de aannemer € 55.960 betalen, plus de wettelijke rente vanaf 4 mei 2024. De 6% rente per maand is afgewezen.r.o. 4.16r.o. 5.1r.o. 5.3
  • Aan incassokosten betaalt hij € 1.334,60, in plaats van de gevraagde € 1.614,87.r.o. 4.17r.o. 5.2
  • Zijn eigen eisen, ontbinding en € 118.643,68 schadevergoeding, zijn afgewezen.r.o. 3.7r.o. 5.4
  • Hij betaalt ook de proceskosten van € 5.257,37, binnen veertien dagen na aanschrijving. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.r.o. 5.5r.o. 5.7

Bron & verantwoording

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraak
14 May 2025
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:2210
Lees de volledige uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

Dit verhaal is gebaseerd op deze ene uitspraak. Alle feiten komen uit de uitspraak zelf; met "Toon bronverwijzingen" zie je bij elke alinea op welke rechtsoverwegingen die steunt. De Rechtspraak heeft de namen weggelaten en wij zoeken ze niet op. Een andere rechter kan in een vergelijkbare zaak anders beslissen. Dit is geen juridisch advies. Hoe wij werken · Redactie

WhatsApp Facebook LinkedIn