Ik maak bezwaar!

Laura Vaessen | 07 maart 2020
2x bekeken

Invloed uitoefenen op een beslissing van de gemeente

Wanneer je het niet eens bent met een beschikking/beslissing, wil je hier natuurlijk iets van zeggen en laten merken waarom je het niet eens bent. Dit kan op verschillende momenten.

Je kunt je mening geven ten tijde van een voornemen tot het nemen van een besluit, dit wordt een zienswijze genoemd. Ook kan je in tegen het definitieve besluit. Dit in de vorm van een bezwaarschrift.

Het verschil is te vinden in de vorm van het besluit. Als het een voornemen tot het nemen van een besluit is, dan is het nog niet definitief. Hier kan je een zienswijze op geven. Deze zienswijze kan invloed uitoefenen op het definitieve besluit. Het orgaan (vaak het college van burgemeester en wethouders) die het besluit neemt moet dan ook vermelden hoe er met de zienswijze rekening is gehouden in het definitieve besluit.

Als je het niet eens bent met het definitieve besluit, kan je bezwaar maken. Dit noem je een bezwaarschrift. 

Het bezwaarschrift is veel formeler. Het orgaan dat het besluit neemt moet met de bezwaren, die in het bezwaarschrift staan, veel meer rekening houden. Vaak gaat dit ook gepaard met een kans om mondeling je bezwaren toe te lichten. Dit wordt (vaak) gedaan door een bezwaarschriftencollege. Het college wordt als onafhankelijk gezien en geeft na alle bezwaren te hebben aangehoord een advies aan het orgaan die het besluit heeft genomen. Het orgaan moet dan zijn besluit helemaal herzien. Dit orgaan moet dus opnieuw beoordelen of jij niet toch gelijk had. Hij moet dan ook ingaan op de genoemde bezwaren. Hier komt dan een beslissing op bezwaar uit.

Wanneer je het hier nog niet mee eens bent is er de kans om in beroep te gaan. Dit kost echter wel geld.

Een brief van de gemeente

Laura Vaessen | 08 oktober 2019
14x bekeken

Wat is een beschikking?

Met een beschikking krijgen we allemaal wel eens mee te maken, maar wat houdt dit nu precies in?

Een dergelijk document wordt ook wel in ‘gewone’ taal een besluit genoemd. Maar wanneer krijg je een dergelijk beschikking? Bijvoorbeeld wanneer je een specifieke aanvraag doet voor bijvoorbeeld een dakkapel aan de voorkant van je huis, of voor een nieuwe schutting. In het algemeen is dit dus vaak als je een vergunning aanvraagt.

Hier moet de gemeente een specifiek besluit over nemen. De gemeente zal alle wetgeving, zowel nationaal als lokaal, in overweging nemen voordat zij een beslissing neemt op de aanvraag. Bij het opstellen van de beschikking moet de gemeente zich houden aan specifieke eisen die worden gesteld. Deze eisen hebben vaak te maken met het eerlijk nemen van een besluit. Een specifiek orgaan moet dit besluit nemen. Vaak zal dit het college van burgemeester en wethouders zijn. Onderaan de brief zie je wie het besluit heeft genomen. 

Wanneer de gemeente dit heeft gedaan zal degene die een aanvraag heeft gedaan deze beschikking op de deurmat krijgen. Indien de aanvraag is toegewezen zal dit ook in het lokale krantje staan of op de website van jouw gemeente.

Opinie video

Laura Vaessen | 22 juni 2019
106x bekeken | 3 likes

Wat vindt het winkelend publiek van Sittard?

In onze blog van 7 juni hebben wij al aangegeven dat wij het winkelend publiek van Sittard hebben gevraagd naar hun mening betreffende de Nederlandse rechtspraak. Hierboven de video!

Noodweer

Gianluca Beatrice | 17 juni 2019
20x bekeken

Noodweer

Heb je in de beslisboom een beslissing genomen in de strafzaak van ‘Annet’ en wil je hier meer over weten? Lees dan verder! We gaan hier wat dieper in op het juridische leerstuk uit deze casus.

We kennen natuurlijk allemaal de films en series uit de Verenigde Staten waar mensen midden in de nacht met een geweer de trap naar beneden komen om de inbreker te confronteren. In Amerika is het in veel staten namelijk juridisch zó geregeld dat je als eigenaar van een stuk grond of woning het recht hebt iemand met een geweer neer te schieten zodra hij/zij zonder toestemming jouw grond of pand betreedt. Maar hoe is dit nu precies geregeld in Nederland?

Zelfverdediging in Nederland

Met een geweer een inbreker confronteren komt natuurlijk niet vaak voor in Nederland aangezien niet iedereen hier zomaar een wapen in bezit mag hebben; laat staan in huis.

In Nederland is het in principe verboden om fysiek geweld jegens iemand te gebruiken. De regels die dit wel toestaan zijn geen rechten in Nederland, maar uitzonderingen. Artikel 41 uit het Wetboek van Strafrecht is zo’n uitzondering. Dit artikel bepaalt dat kortgezegd dat noodzakelijke verdediging van iemands eigen lijf, eerbaarheid of goed is toestaan tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Je mag jezelf dus verdedigen volgens de Nederlandse wet, míts de verdediging proportioneel is aan de ‘aanval’. Het moet dus redelijk in verhouding met elkaar staan. Als iemand je dus onbewapend bedreigt, mag je in principe geen mes gebruiken. Dit mag wel als de overvaller zélf met een mes of ander vergelijkbaar middel voor je staat. Daarnaast moet dit ook echt een ‘laatste redmiddel’ zijn. Als je bijvoorbeeld kunt vluchten, moet je dat eerst geprobeerd hebben.

Paniek!

Annets situatie was een bijzondere. Zij werd hier overvallen door twee onbewapende mannen en stak hen, nadat ze eerst met verschillende voorwerpen heeft gegooid, neer met een keukenmes. Zoals je in de casus kunt lezen heeft ze wel eerst nagedacht en geprobeerd om te vluchten, maar in Annets situatie was dit erg moeilijk. Ze voldeed dus wel aan de voorwaarde ‘laatste redmiddel’, maar haar verdediging stond niet in verhouding met de aanval; de mannen waren immers onbewapend. Hoe kan het dan dat de rechter Annet alsnog heeft vrijgesproken?

In lid 2 bepaalt artikel 41 uit het Wetboek van Strafrecht dat de overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging niet strafbaar is als deze een onmiddellijk gevolg is van een ‘hevige gemoedsbeweging’, door de aanranding (lees: aanval) veroorzaakt. Simpel gezegd betekent dit dus dat als je heel erg in paniek bent door de situatie waardoor je niet meer helemaal ‘bij zinnen’ bent, het gebruik van een te zware verdediging niet strafbaar is.

Tijdens de zitting probeert de rechter erachter te komen of het logisch was dat een verdachte erg in paniek was. Dit doet de rechter door zorgvuldig de situatie te doorlopen en alle acties en omstandigheden mee te wegen. Bij Annet besloot de rechter dus dat zij erg in paniek was of logischerwijs waarschijnlijk daadwerkelijk was.

Blijf rustig

We gaan er natuurlijk niet vanuit, maar als een bedreigende situatie zoals een overval zich in jouw huis voorvalt, blijf dan vooral rustig! Probeer eerst alle opties te overwegen die het minst schadelijk zijn voor de overvaller. En maak je geen zorgen; als je in paniek tóch iets zou doen dat erg zwaar is, dan is dit in beginsel niet strafbaar.

Vertrouwen in de rechtspraak

Bram Laschet | 10 juni 2019
19x bekeken

Vertrouwen in de rechtspraak

Men uit vaak dat zij het niet eens zijn met de rechtspraak, hoe zit dit in elkaar en wat is onze visie hierop.

Eens in de zoveel tijd laait de discussie over het vertrouwen in de rechtspraak weer op. In het algemeen neemt het vertrouwen in de rechtspraak de laatste jaren weer toe. Dit blijkt uit het rapport ‘De sociale staat van Nederland 2017’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Overigens geldt dat niet voor alle bevolkingsgroepen even sterk. Uit het onderzoek blijkt een duidelijke samenhang met het opleidingsniveau. Van de hogeropgeleiden heeft 66 procent (zeer) veel vertrouwen, tegen 39 procent van de middelbaar opgeleiden en 28 procent van de lageropgeleiden. Uit ‘Burgerperspectieven 2018|4’ van het SCP blijkt 70 procent van de ondervraagden ‘voldoende’ vertrouwen te hebben in de rechtspraak. Toch zijn er soms incidenten waardoor het vertrouwen in (onder andere) de rechtspraak ter discussie komt te staan.

Anne Faber

Een van deze incidenten is bijvoorbeeld de zaak van Anne Faber, waarbij de eerdere veroordeling van Michael P. veel stof deed opwaaien. Er was de nodige verontwaardiging in de samenleving dat hem in een eerdere strafzaak (waar het ging om een brute verkrachting van twee minderjarige meisjes) geen tbs opgelegd was.

De vader van Anne Faber publiceerde een open brief in De Volkskrant. Hij vroeg in deze brief “in het belang van de geloofwaardigheid en het vertrouwen in de rechtspraak” onder meer om het ontslag van de (destijds) voorzitter van de strafkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mr. Otte. Kort gezegd zag zijn kritiek op het feit dat het gerechtshof te weinig onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van oplegging van tbs voor Michael P., terwijl daar naar zijn mening voldoende aanknopingspunten voor waren. Hiervoor achtte hij Otte verantwoordelijk. Op zijn brief volgden vele reacties van burgers en van de president van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wat uitzonderlijk is.

Strafmaat

Vertrouwen in de rechtspraak als institutie betekent niet automatisch dat mensen erop vertrouwen dat rechters de juiste straf opleggen. Burgers ervaren nog steeds een grote kloof tussen opgelegde straffen en straffen die zij zelf redelijk vinden. 71 procent is van mening dat misdaden in Nederland in het algemeen te licht bestraft worden.

Onafhankelijkheid

Uit het ‘EU-scorebord voor justitie 2019’ van de Europese Commissie blijkt dat 70 procent van de Nederlandse bevolking de rechtspraak als onafhankelijk beschouwd. Dit is een daling van 8 procent ten opzichte van 2018. Het percentage van de bevolking dat de rechtspraak als zeer betrouwbaar ziet is gedaald van 25 procent naar 20 procent. Volgens EU-commissaris Vera Jourova (justitie) blijft de onafhankelijkheid van rechters in sommige lidstaten een issue. 70 procent van de mensen die zeggen daar geen vertrouwen in te hebben, noemt politieke inmenging of druk als reden daarvoor.

Financiële druk

Uit ‘Rapport visitatie gerechten 2018’ van de Commissie Visitatie Gerechten blijkt dat de rechtspraak te weinig geld en mensen heeft om de kwaliteit te verbeteren, te innoveren en de doorlooptijd van rechtszaken te verkorten. Volgens de president van de Raad voor de Rechtspraak komt de rechtspraak ten minste 50 miljoen euro per jaar tekort. De commissie schrijft dat de rechtspraak aan gezag zal inboeten als de huidige tekortkomingen voortduren. De conclusies liggen in lijn met wat rechters en raadsheren al eerder hebben aangekaart. Zij stuurden in november 2018 een brandbrief aan de Tweede Kamer waarin ze hun zorgen uitten over de werkdruk, de ict-problemen en het tekort aan geld en personeel.

Volgens de commissie duren rechtszaken onnodig lang door het achterblijven van de digitalisering. De rechtspraak werkt nog altijd met faxen, wat de communicatie aanzienlijk vertraagt. Het project ‘Kwaliteit en innovatie rechterlijke macht’ was bedoeld om over te gaan op digitaal procederen. Dit project begon zes jaar geleden en had vorig jaar afgerond moeten zijn, maar er was onderschat hoe ingewikkeld het is om binnen een complexe omgeving als de rechtspraak een allesomvattend ict-systeem te bouwen. Het project werd een grote mislukking, en de kosten liepen op tot 200 miljoen euro. Om de problemen op te lossen, adviseert de commissie meer mensen beschikbaar te stellen om de reeds begonnen ‘kwaliteitsprogramma’s’ te kunnen afmaken. Hoewel al wordt onderzocht hoe de bekostiging kan worden herzien, pleit de commissie ervoor om onder meer de kwaliteitszorg en innovaties nu al anders te financieren.

Invloed van de media

De media is vaak kritisch over de rechtspraak. Krantenartikelen zijn kort en bonding. Wanneer men ze leest is medeleven voor de slachtoffers een direct gevolg, waarbij ook steeds vaker onbegrip voor het Nederlandse rechtssysteem om de hoek komt kijken. De media besteed ook steeds meer aandacht aan de heersende opvatting dat rechters in Nederland te laag zouden straffen.

Onze visie

In het kader van ons afstuderen maken wij de juridische wereld inzichtelijker voor de Nederlandse burger.

Wij vinden dat het recht laagdrempelig en toegankelijk moet zijn. Met verschillende tools op onze website willen we bewustwording bij burgers creëren. Wij hopen hiermee het vertrouwen in de rechtspraak te versterken. Daarnaast draagt dit bij aan de de juridisering van de samenleving.

Ook voordelen voor juristen

Meer bewustwording en begrip zal namelijk leiden tot meer werkgelegenheid voor de jurist van nu.

Juristen kunnen er ook baat bij hebben als het recht laagdrempelig en toegankelijk is en burgers veel vertrouwen in de rechtspraak hebben. Dit zou meer werk voor juristen kunnen opleveren. Burgers zouden dan eerder geneigd kunnen zijn om hun juridische problemen aan te pakken, doordat zij eerder vertrouwen hebben in ons advies en in het inzetten van hun rechtsmiddelen.

Opinie van de mensen

Sanne Lutter | 07 juni 2019
8x bekeken

Wat vindt het winkelend publiek van Sittard?

Op donderdagmiddag 6 juni vroegen Gianluca Beatrice en Sanne Lutter het winkelend publiek van Sittard om hun mening over de Nederlandse rechtspraak.

In hoeverre heeft het winkelend publiek vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak, hoe komt dat, waar halen zij informatie over de rechtspraak vandaan en wat kan volgens hun beter.

Ton van Hoorn, cameraman en video-editor, maakte een beeldreportage van de interviews.

De meningen waren verdeeld. Veel actuele onderwerpen kwamen aan bod. De Nederlandse rechtspraak is vaak lastig te volgen en waarop rechterlijke uitspraken zijn gebaseerd is vaak onduidelijk, waardoor het niet rechtvaardig lijkt.

In het kader van ons afstuderen maken wij de juridische wereld inzichtelijker voor de Nederlandse burger. Onze visie is dan ook: ‘meer bewustwording en begrip leidt tot meer werkgelegenheid voor de jurist van nu’. Nederlandse burgers hebben dan onder andere meer vertrouwen in het advies van de jurist en zullen eerder gebruik maken van rechtsmiddelen. Wanneer de drempel lager is, zijn mensen eerder geneigd om stappen te ondernemen en proberen te halen waar ze recht op hebben. Meer informatie over onze visie vind je in de blog van Bram Laschet.

De opinievideo wordt op dit moment gemonteerd. Deze video zal binnenkort hierop worden geplaatst.

Laura Vaessen heeft actiefoto’s gemaakt tijdens de interviews op straat.

Het sporttas-arrest

Sanne Lutter | 06 juni 2019
8x bekeken

Drugs smokkelen

Verbaasd over de uitspraak van de Hoge Raad in de beslisboom? In deze blog wordt er meer uitleg gegeven over het sporttas-arrest.

Zoals in de beslisboom ook al duidelijk wordt gaat het in deze zaak om een man die vanuit Suriname naar Nederland reist, waarbij in zijn bagage drugs wordt aangetroffen. Voordat de man naar Nederland zou reizen, raakt hij ernstig gewond. De man reist op aanraden van zijn buurman alsnog en zelfs eerder dan gepland naar Nederland, omdat daar betere medische zorg zou zijn. Zijn buurman hielp hem met het omboeken van zijn vliegticket naar een eerdere vlucht en bracht de man naar het vliegveld. De man zat in een rolstoel en kon zijn bagage nauwelijks vasthouden. De man ontving van zijn buurman op het vliegveld een sporttas waarin groente zou zitten, bestemd voor zijn familie. In die tas werd op Schiphol twaalf kilo cocaïne aangetroffen.

De man werd vervolgd voor het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne op grond van artikel 2 lid 1 sub C Opiumwet: ‘het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst 1 dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid’.

De belangrijkste vraag die beantwoord moet worden: ‘is er sprake van voorwaardelijke opzet?’

Voorwaardelijke opzet is de laagste vorm van opzet. Het betekent dat de dader geen opzet heeft op bijvoorbeeld het doden van iemand, maar dat het hem niets uitmaakt als dat wel gebeurt bij zijn actie. Hij wilde zijn actie uitvoeren en aanvaardde daarmee de aanmerkelijke kans dat het verkeerd zou aflopen.*1

De rechtbank

De strafrechter gelooft de verklaring van de verdachte voor de aanwezigheid van drugs in de sporttas en spreekt hem vrij van opzettelijke invoer van drugs. De verdachte was door zijn lichamelijke gesteldheid niet in staat geweest te sporttas op drugs te controleren voordat hij het vliegtuig instapte. De verdachte was niet tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht als luchtreiziger. Echter, wordt hij wel veroordeeld voor invoer van drugs als overtreding.*2

Het Hof

Het Hof verklaart het aanwezig hebben van cocaïne bewezen. Het Hof is van oordeel dat aan verdachte verwijt kan worden gemaakt, aangezien hij tijdens zijn vliegreis een sporttas met voor hem onbekende inhoud heeft meegenomen. Er is daarom voldoende bewijs voor het culpoze delict en verdachte dient te worden vrijgesproken voor de opzet-variant van het strafbare feit. Culpoze delicten zijn delicten waarbij ‘schuld’ vereist is voor het plegen van een strafbaar feit.

Hoge Raad

Cassatiemiddel: de overweging van het Hof dat verdachte geen verwijt treft, brengt mee dat er ook geen culpoos delict is.

Het Hof heeft besloten dat er geen sprake was van opzet. Verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van drugs. Indien sprake is van afwezigheid van alle schuld zal er ontslag van rechtsvervolging moeten volgen. Het Hof heeft aangegeven dat er geen sprake was van afwezigheid van alle schuld, omdat verdachte een tas met onbekende inhoud heeft meegenomen. De Hoge Raad is het hier niet mee eens, aangezien van verdachte niet kon worden verwacht dat hij een onderzoek zou uitstellen naar de inhoud van de tas noch dat hij zich er anderszins rekenschap van had moeten geven dat er cocaïne in de tas verborgen kon zijn.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof.

De man werd vrijgesproken van zowel het opzettelijk invoeren van drugs, het opzettelijk aanwezig hebben van drugs en voor het aanwezig hebben van drugs als overtreding. Er was geen sprake van opzet en geen sprake van schuld.

*1 Mr. B.G.N. Gubbels, De grens tussen opzet en schuld, wet&recht.

*2 Art. 10 lid 1 Opiumwet: ‘wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboetevan de vierde categorie’ en art. 13 Opiumwet: ‘de gestelde strafbare feiten zijn overtredingen’.

Merkenstrijd

Bram Laschet | 06 juni 2019
7x bekeken

Strijd Scotch & Soda en My Brand over het woord Shrunk

Veel kledingmerken registreren woord- of beeldmerken. Dan kunnen concurrenten niet een teken gebruiken dat lijkt op het woord- of beeldmerk. Geldt dit ook voor beschrijvende elementen in het merk?

Woordmerk ‘Shrunk’ van Scotch & Soda

Sinds 2002 produceert Scotch & Soda kinderkleding voor jongens onder de naam ‘Scotch Shrunk’. Het bedrijf heeft het woordmerk ‘Scotch Shrunk’ op 23 juli 2009 geregistreerd. Op 23 november 2015 heeft het bedrijf het woordmerk ‘Shrunk’ geregistreerd. My Brand produceert sinds 2007 kleding.

Sommatie

My Brand heeft begin 2015 een sweater verkocht met op de voorkant het teken ‘Shrunk’. In maart 2015 heeft Scotch & Soda een sommatiebrief verstuurd en heeft zij My Brand gesommeerd te stoppen met de productie en verkoop van de trui. My Brand heeft aangegeven de trui niet meer te zullen verkopen.

Kort geding

In september en oktober 2016 heeft Scotch & Soda de trui opnieuw aangetroffen in de winkel van My Brand aan de Kalverstraat in Amsterdam. Scotch & Soda is een kort geding gestart. De advocaatt van My Brand stelde dat de inbreuk op het merkenrecht had plaatsgevonden voordat Scotch & Soda het merk hadden geregistreerd. Volgens de rechter was de combinatie Scotch Shrunk wel al geregistreerd, maar daarbij was het woordje Scotch leidend en Shrunk een beschrijving. De rechter wees de vordering van Scotch & Soda af. Bovendien had My Brand aangegeven te stoppen met de verkoop van de trui.

Hoger beroep

De procedure bij het Hof behandelt alle inbreuken sinds 2015. Als grondslag van de vorderingen geldt dat Scotch & Soda het recht het gebruik van een teken te verbieden in het geval dat teken gelijk is aan of overstemt met haar merk en het in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk.


Verwarringsgevaar

Bij de vaststelling van verwarringsgevaar moet globaal worden beoordeeld of het in aanmerking komende publiek kan menen dat de betrokken waren of diensten afkomstig zijn van dezelfde onderneming of van economisch verbonden ondernemingen. Of sprake is van overeenstemming tussen een merk en een teken dient beoordeeld te worden aan de hand van de totaalindruk die door merk en teken bij het in aanmerking komende publiek wordt achtergelaten gelet op de auditieve, begripsmatige en op visuele overeenstemming tussen het merk zoals dat is ingeschreven en het teken zoals dat wordt gebruikt.


Woordmerk als versiering

Volgens het Hof heeft het element ‘Shrunk’ in de samenstelling ‘Scotch Shrunk’ geen zelfstandige betekenis. Het element Scotch is dominant in dit woordmerk. Dat verwijst naar de herkomst (Scotch & Soda). De normaal oplettende volwassene zal het element Shrunk minder belangrijk vinden. Nu My Brand het teken Shrunk enkel gebruikt heeft als versiering op haar trui, is er geen sprake van een merkinbreuk.


Woordmerk ‘Shrunk’ onderscheidend genoeg?

Dan gaat het Hof zich buigen over het woordmerk Shrunk uit november 2015. Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is de maatstaf voor een louter beschrijvend woordmerk dat het relevante publiek het betreffende woord zonder enig nadenken meteen zal begrijpen als een beschrijving van het betreffende product, te weten in dit geval kinderkleding. Dat is met het woord ‘shrunk’ volgens het hof niet het geval.


Associatie ‘Shrunk’ met kinderkleding?

Het publiek zal ‘shrunk’ associëren met iets kleins of kleiners, maar het verband met (kinder)kleding ligt niet zozeer voor de hand dat daarvoor geen enkele toelichting of inspanning meer vereist is. Ook andere objecten kunnen immers krimpen of kleiner worden. In zoverre is het dus een geldig woordmerk en kan Scotch & Soda opkomen tegen een inbreuk.


Inbreuk op woordmerk Shrunk

Vastgesteld is dat in 2016 en in december 2017 truien door My Brand zijn aangeboden met daarop het teken Shrunk. Volgens het Hof is deze verkoop wel een inbreuk op het woordmerk Shrunk. Vaststaat dat het om exact hetzelfde woord gaat toegepast op de borst van een jongenssweater. Scotch & Soda gebruikt haar woordmerk op die manier. Dit betekent volgens het Hof dat bij het relevante publiek verwarring kan veroorzaken. Dat het teken Shrunk door My Brand alleen als versiering is gebruikt, maakt volgens het hof niets uit. Het Hof wijst de vordering van Scotch & Soda toe.


Onthoudingsverklaring geen invloed

My Brand geeft nog aan dat zij heeft aangeboden om voorafgaand aan de procedure een onthoudingsverklaring af te willen geven en dat dit invloed zou moeten hebben op een eventuele proceskostenveroordeling. Volgens het Hof had My Brand die verklaring ook eenzijdig kunnen afgegeven. Dit heeft My Brand niet gedaan. Dit heeft dan ook geen invloed op de beoordeling. My Brand moet de proceskosten betalen.

 

De rechtspraak

Jasmijn Keulers | 04 juni 2019
8x bekeken

Hoe werkt de Nederlandse rechtspraak?

Rechtspraak komt veelvuldig in het Nederlandse nieuws, maar hoe zit het eigenlijk in elkaar? In deze blog kom je erachter!

Ondanks dat de Nederlandse wetgever ernaar streeft om de regels in Nederland zo duidelijk mogelijk te maken, kunnen er toch meningsverschillen tussen mensen ontstaan. Wanneer deze meningsverschillen zich voordoen, komt de rechtspraak al snel om de hoek kijken.

Een misvatting van veel mensen is dat er vaak wordt gedacht dat de rechter een beslissing zelf bedenkt. Er bestaat regelmatig ongenoegen als een rechter -volgens de burger- een veel te lage straf geeft. De rechter bedenkt de beslissing echter niet zelf, de beslissing is namelijk altijd gebaseerd op hetgeen dat door partijen is aangebracht (het bewijs) en de geldende regels. In dit verband kun je spreken van rechtsbescherming; de rechter moet de partij die het recht aan zijn of haar zijde heeft, beschermen tegen de partij die dit niet heeft. Een rechter is onafhankelijk en onpartijdig en legt het recht enkel uit en past het vervolgens toe. De rechter heeft met andere woorden het laatste woord.

In Nederland bestaat er een bepaalde rangorde tussen de rechters en rechtelijke instanties. De ‘laagste’ rechtelijke instantie is de rechtbank, dan volgt er het Gerechtshof en daarna de Hoge Raad der Nederlanden. Dit is de hoogste rechtelijke instantie wanneer het gaat om recht tussen burgers onderling (ook wel burgerlijk- of civielrecht genoemd) en het strafrecht. Bij het bestuursrecht (recht tussen burger en overheid) werkt het net iets anders. Wanneer de burger het niet eens is met -bijvoorbeeld- een besluit van de gemeente moet de burger eerst bezwaar maken bij de gemeente zelf. Is de burger het vervolgens nog niet eens met de beslissing van de gemeente op het gemaakte bezwaar, dan kan hij of zij in beroep gaan. Dit kan bij de rechtbank, Centrale Raad van Beroep, de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Het ligt namelijk aan het onderwerp van de zaak waar de burger uiteindelijk in beroep kan gaan.

De zojuist besproken rangorde is belangrijk binnen de rechtspraak. Het kan namelijk voorkomen dat de burger het niet eens is met de uitspraak van de rechter. Door de rangorde kan de burger bij een hogere rechter wederom zijn of haar verhaal doen. Het is een soort controlemiddel. Dit kun je goed zien bij de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad bekijkt de aangebrachte zaak namelijk niet opnieuw maar kijkt enkel en alleen of het recht door de ‘lagere rechter’, het Gerechtshof en de rechtbank, juist is toegepast. Bij het Gerechtshof mag de burger daarentegen zijn verhaal wel opnieuw doen.

Update database

Laura Vaessen | 29 mei 2019
29x bekeken

Drugsdumping

Belangrijke uitspraak voor landeigenaren

De Raad van State heeft recentelijk een belangrijke uitspraak gedaan in het kader van (drugs)dumpingen op een perceel (weiland).

Op een weiland is door onbekenden een dumping van drugsafval gedaan. Door de grote impact dat dit heeft voor de omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan de impact voor het milieu en gezondheid. Chemicaliën zijn immers niet goed voor je gezondheid. Door deze heftige impact wilde de gemeente snel ingrijpen om de schade zo beperkt mogelijk te houden. Dit kan de gemeente doen door middel van spoedeisende bestuursdwang. Normaal verhaalt de gemeente de kosten die zij gemaakt hebben op de eigenaar van het perceel. De rechter (in dit geval is dit de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) oordeelde dit echter niet redelijk.

De gemeente wilde (op grond van art 1a lid 1 Wonw) de kosten van spoedeisende bestuursdwang verhalen op de eigenaar van het perceel. De Afdeling bepaalde dat: “een terrein” een bij een bouwwerk behorend onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, niet zijnde een erf is. Een enkel weiland voldeed niet aan die omschrijving. Ook werd aangehaald dat de eigenaren in overtreding waren met art artikel 2.1 lid 1, aanhef en onder c, Wabo. In dit artikel is het strijdig gebruik van een perceel met het bestemmingsplan geregeld. In een bestemmingsplan staat geregeld wat er allemaal met een perceel mag worden gedaan.

De gemeente vond dat dit strijdig gebruik was, omdat het weiland niet bestemd is voor het storten van afval. De Afdeling had hiertegenover het volgende standpunt: men kan alleen een weiland in strijd met het bestemmingsplan gebruiken als men wist of redelijkerwijs weet kon hebben van het strijdige gebruik. Als laatste werd betreffende het kostenverhaal artikel 1.1a lid 1 en 2 Wet milieubeheer aangehaald. Net als bij het vorige artikel, achtte de Afdeling de onbekendheid hier ook van belang. De eigenaar van het perceel handelt niet in strijd met deze zorgplicht wanneer er door een onbekende derde een milieudelict wordt begaan op het perceel zonder dat de eigenaar daarvan op de hoogte is.

Database

Laura Vaessen | 26 mei 2019
20x bekeken

Start van de database

Vanaf vandaag is de database bruikbaar. Deze database zal worden gevuld met uitspraken die op versimpelde wijze worden weergegeven.

Naast deze uitspraak zal door middel van de open data van www.rechtspraak.nl de orginele uitspraak worden getoond.

Op deze manier kan de versimpelde versie (uit onze database) goed worden vergeleken met de orginele uitspraak. Hierdoor wordt het duidelijk gemaakt wat precies in een dergelijke uitspraak staat.

Als start zijn er 4 uitspraken toegevoegd die te maken hebben met drugs en woningsluitingen.

Bewustwording, eerste blog

Laura Vaessen | 24 mei 2019
18x bekeken

De start!

Naar aanleiding van ons afstuderen aan de opleiding HBO-Rechten van Zuyd hogeschool zijn wij uitgedaagd om een vernieuwend idee te presenteren. Na wat onderzoek zijn wij tot de conclusie gekomen dat de Nederlandse burgers vaak weinig sympathie hebben voor de uitspraak van de rechter.

In dit kader hebben wij gebrainstormt over verschillende ideeën om meer de Nederlandse burgers inzicht te laten krijgen in de uitspraken van de rechter.

Om dit te bewerkstelligen hebben willen wij twee dingen/producten opstellen en publiceren op deze website. Namelijk:

- Een beslisboom, waarbij in spel vorm een rechtzaak wordt gesimuleerd;

- Een database, waarin uitspraken van rechtspraak.nl worden gekoppeld aan een versimpeldere versie van deze.

Onze visie is dan ook: meer bewustwording en begrip zal leiden tot meer werkgelegenheid voor de jurist van nu.